Vage Harry

‘Mama, ik weet niet hoe ik dit aan moet trekken!’ Franca staat naast mijn bed met het nieuwe tuniekje dat ik vanmiddag voor haar meegenomen heb. Dat kwam, doordat ik een bikini die ze niet paste terug moest brengen naar de Wibra, en ik het bonnetje (natuurlijk!) niet meer kon vinden. Ik weet zeker dat ik het bewaard heb, maar Joost mag weten waar. Op een heel bijzondere plek ongetwijfeld, waar ik nooit van mijn leven meer op zal komen. Onder in de vriezer. Of tussen de kussens van de tuinstoelen in de schuur (daar lag het trouwens allebei niet). Of achter de pindakaas in de voorraadkast. Ik mocht de bikini teruggeven, als ik iets anders uitkoos. Schappelijk toch, van de Wibra? Voorwaarde was wel, dat ik niet terug zou komen om het nieuwe artikel ook nog weer te ruilen.

‘Kom eens hier,’ zeg ik ‘ff op de rand van het bed komen, anders kan ik er niet bij.’ Het is bedtijd voor de kinderen, ik heb na het eten een paar uur geslapen. Mijn lijf voelt zwaar en moe, mijn hart racet als een dolle. Vanochtend bij de start van het sporten was mijn hartslag in rust 120. Met het grootst mogelijke geduld kon ik hem laten zakken naar 117. Toen ben ik maar begonnen te trappen, beter werd het niet. ‘Je moet hem over je hoofd doen, zie je?’ Franca steekt met wat moeite haar armen door de gaten en probeert te doen wat ik zeg. ‘Dat lukt niet hoor mama,’ zegt ze. Ik help haar. Dit valt inderdaad niet mee. Wat een achterlijk krap bloesje zeg. Het fragiele stofje staat onder maximale spanning terwijl we er aan sjorren. Jemig, straks gaat het nog kapot. Maar nee, ineens zit het hele kind er in. Het staat enig.

‘Ik wil hem morgen aan mama,’ roept Franca blij terwijl ze opspringt van het bed en naar de badkamer rent om in de spiegel te kijken. ‘Ik doe hem maar niet meer uit. Ik denk niet dat dat nog lukt!’ Ze gaat morgen krabben vangen op Texel met Leon en Erik en een paar vrienden. Dat avontuur gaat dit tere dingetje nooit overleven. ‘Nee joh,’ zeg ik, ‘dat is niet geschikt om morgen aan te trekken hoor! Kom, ik help je eruit.’ Met de nodige moeite lukt het. Het bloesje is nog heel. ‘Nah,’ zeg ik misprijzend. ‘Dit is niks hoor.’ Ik keer het ding een paar keer binnenste buiten, op zoek naar een maat. Heb ik helemaal niet naar gekeken toen ik het pakte. Het was de grootste die er hing, het leek goed, maar ik heb me blijkbaar verkeken op de aangenaaide zijkanten. Ah kijk, hier heb ik wat. Op het labeltje staat ‘6-8’.

‘Zes tot acht jaar,’ zeg ik. Ik laat mijn armen zakken en kijk Franca aan. ‘Hoe oud ben jij?’ Ik klink als een wildvreemde mevrouw achter de kassa van een pretpark die het tarief moet vaststellen. Er valt en pauze die in hele kamer voelbaar is. Leon stopt met het poetsen van Erik’s tanden en kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw aan. Franca proest het uit. ‘Ik ben negen mama. Bijna tien! Haha, mama weet niet meer hoe oud haar eigen kind is! ‘ Nou weet ik dat al jaren niet bij tijd en wijle niet precies hoor, maar meestal nog wel bij benadering. En Franca kan qua postuur door voor een twaalfjarige, dus geen idee wat mij in die winkel bezield heeft. Ik word steeds vager jongens. Het ligt niet aan het bloesje. Het ligt aan mij.

Maar eens kijken welke klein uitgevallen zes- tot achtjarige in onze omgeving we blij kunnen maken met dit tuniekje. Het is namelijk een dotje. Jammer hoor, voor Franca, dat zij er niets aan heeft. Gelukkig kun je met mij wel lachen zo. Dat maakt het dan wel weer een beetje goed, zo’n vage moeder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.