Sylvia

Op dit moment beweeg ik even niet zo erg, maar voordat ik van de week zomaar werd ingehaald door mijn eigen longen, ging ik twee keer per week naar de revalidatiegym bij de fysiotherapeut. Tot mijn grote geluk, vandaar dat ik nu even ruimte maak voor een serieus reclameblokje: Fysiotherapiepraktijk Muda in Noord-Scharwoude. Onthoudt die naam! Zeker als je ooit kanker mocht krijgen. Of COPD. Of een slechte rug. Of etalagebenen. Of een jammerlijke combinatie van een paar van deze kwalen. Wat ik natuurlijk niet hoop. Maar hey, er wordt in dit leven weinig met ons overlegd, dus het zou allemaal kunnen.

Vanaf het moment dat je gediagnosticeerd wordt met kanker, benadrukken de diverse behandelaren en het geleverde informatiemateriaal het heilzame effect van bewegen. Ik nam dit allemaal onmiddellijk aan. Maar ‘bewegen’ is een ruim begrip. Ik bewoog al best wel vond ik. Ik loop met de hond, ik heb een jong gezin, ik zit regelmatig op de fiets, eerlijk gezegd rende ik me de benen onder het lijf vandaan. Dus toen de fysiotherapeut, met wie ik voorafgaand aan de bestraling aan een ander mankement werkte, voorstelde om misschien begeleid te gaan sporten in de oncologiegroep, vroeg ik me af of dat wel nodig was. Onder bepaalde voorwaarden wordt zo’n revalidatietraject volledig vergoed door de zorgverzekering, en aan die voorwaarden voldeed ik. Maar ach, het viel uiteindelijk allemaal wel mee met mij, leek me. Ik hoefde geen chemotherapie, de operatie was al achter de rug en ik had ook geen last van stuwmeren vocht in mijn arm of borst. Toch besloot ik het te gaan doen, omdat het me fijn leek om te gaan sporten. Gelukkig.

Toen ik voor de eerste keer met Sylvia mijn ‘rondje’ in de sportzaal deed dacht ik: dit zou eigenlijk voor iedereen in Nederland beschikbaar moeten zijn. Zeg maar het idee van een basisinkomen maar dan met bewegen. Is natuurlijk een onbetaalbaar plan. Aan de andere kant zou het de samenleving volgens mij een hoop ziektekosten besparen. Maar goed, dit terzijde. Van te voren had ik niet kunnen verzinnen hoe precies ik onder de loep zou worden genomen en hoe op maat mijn trainingsschema gemaakt kon worden. En welke fascinerende openbaringen op het gebied van de werking van het lichaam ik voorgeschoteld zou krijgen.

Iedereen weet dat bewegen goed is, maar wat een luxe is het om zo gericht aan de slag te kunnen en te weten waar je mee bezig bent. Want hoewel ik me nog steeds niet herken in de stelling: Je lichaam heeft je in de steek gelaten, ben ik me ondertussen wel rete-onzeker gaan voelen over hoe ik dat lichaam weer terug geloodst krijg naar een ‘normaal’ leven zonder kanker. Hoe snel moet dat gaan, hoe goed moet ik me voelen? Ik ben bang om een aansteller te zijn maar ben tegelijkertijd gedwongen rekening te houden met mijn lijf, dat me tegenwoordig genadeloos afstraft als ik aan haar voorbij probeer te gaan. En ze presenteert me aldoor weer kleine en grotere verrassinkjes. Medesportster en lotgenoot Lenneke tref ik wekelijks in de sportzaal en we verzuchten regelmatig half mopperend, half lachend: ‘Wat nu weer?’ Want er zijn zoveel gekke, lastige, vreemde kwaaltjes die samenhangen met de behandelingen en die almaar na elkaar blijven oppoppen, ook nog ver in het traject erna, dat je er wel eens een beetje flauw van wordt. Met als laatste hoogtepunt voor mij de longontsteking. ‘Gelukkig is het hier elke keer min of meer hetzelfde,’ zei ik de laatste keer dat ik er was. Om vervolgens prompt niet meer in staat te zijn om er nog heen te gaan. Fantastisch. Ik geef het op. Alles verandert. Steeds. En ik ga proberen daar niet meer verbaasd over te zijn.

Maar goed. Tijdens de trainingen draag ik een hartslagmeter die met een elastiek om mijn ribben op zijn plek gehouden wordt. Door dat elastiek wordt het mogelijk om naast de hartslag ook de uitzetting van de borstkas te meten. De hartslagmeter staat in verbinding met de centrale computer. Op een scherm in de sportzaal zie je een vakje met je naam, je hartslag van dat moment en een kleur. Elke zone van inspanning heeft een eigen kleur. Kom ik net binnen, dan ben ik roze, ben ik aan het opwarmen dan word ik wit, ben ik een tijdje goed bezig, dan word ik geel. Meestal is het de bedoeling om groen te worden. Kom ik in de blauwe zone terecht, dan moet ik ff een tandje terug. Als ik straks verder in de revalidatie ben, dan mag ik meer doen in blauw. Omdat ik zo’n achterlijke hard/doodloper (want onzeker) ben, gebruik ik de kleuren voornamelijk om mezelf een beetje af te remmen. Maar nu ik iets meer the hang of it krijg, komt het ook wel eens voor dat ik de de kleuren gebruik om mezelf een beetje aan te sporen als ik blijf hangen in een iets te lage inspanning. Handig.

Maar hoe werkt dat nou allemaal? De hartslag/ademmeter begint bij elke training met het vaststellen van je zogenaamde  omslagpunt. Heel interessant, wat is dat in Godsnaam? Als ik het goed zeg: je omslagpunt bereik je als je lichaam bij inspanning gaat verzuren. Verzuring betekent dat je spieren meer afvalstoffen (melkzuur) aanmaken dan ze kunnen afvoeren. Het aantal hartslagen per minuut dat jij hebt op het moment dat jouw lichaam begint te verzuren, is je omslagpunt. Uiteraard verschilt dit punt per persoon, afhankelijk van onder andere leeftijd en conditie. Maar het kan ook bij dezelfde persoon op verschillende momenten anders zijn. Heb je slecht geslapen, ben je verkouden, zit je in de stress of midden in een chemokuur: grote  kans dat je omslagpunt dan wat lager wordt. Je zit eerder aan je taks, zeg maar.

Verzuren. Ok, maar dat voel ik zelf ook wel. Wat heb ik daar aan? Nou. Je kunt dat omslagpunt gebruiken om je verschillende inspanningszones te berekenen en zo heel gericht bepalen op wat voor manier je je verbranding aanzet. Zo kun je heel precies mikken hoe je traint zonder dat je je lijf te zwaar aanpakt of juist onvoldoende aanzwengelt om vooruit te komen. En dat is, geloof me: relaxed.

Op het moment dat je gaat verzuren, bereikt je lichaam een toestand, waarin het overgaat op de verbranding van voornamelijk glycogeen. Dat zijn simpel gezegd de suikers die opgeslagen zijn in je spieren. Bij een lichte inspanning gebruikt je lijf vooral vet als brandstof. Vet is een enorm duurzame energiebron voor je lichaam.  Een inspanning waarbij je alleen vet gebruikt kan je lijf makkelijk uren volhouden. Wil je de turbo aanspreken, dan moet je lichaam suiker gaan verbranden. Op het moment dat mijn lichaam 25% van haar brandstof uit de suikers in mijn spieren haalt, en de rest uit mijn vetreserves, dan zie ik op mijn scherm in de sportzaal de kleur geel. Bij een fifty-fifty verdeling ben ik groen. Blauw betekent dat ik nog maar 25% vet gebruik en de rest van mijn energie uit de suikers haal. En rood betekent: full blown suikerverbranding (oftewel: omslagpunt bereikt). Dat kan je lijf niet zo lang volhouden en voelt doorgaans ook niet erg aangenaam. Dit is letterlijk de redzone en het zal je niet verbazen dat ik daarbij nog niet één keer in de buurt ben gekomen. Ha, ik kijk wel lekker uit.

Als je de suikervoorraden in je spieren aanspreekt, vult je lijf die na afloop van de inspanning weer aan. Maar het maakt altijd net iets meer aan dan je opgemaakt hebt. Volgt er binnen drie dagen minimaal eenzelfde aanspraak op de suikervoorraad, dan is dat voor je lijf een signaal dat deze suikerbehoefte van langere duur wordt, en zal het doorgaan met meer suiker opslaan in je spieren. Dit is hetgeen dat zorgt voor de opbouw van je kracht en je conditie. Merkt je lichaam echter dat er niet opnieuw om een groter suikervoorraadje wordt gevraagd, dan laat het het suikerpeil na verloop van tijd terugzakken naar het oude niveau.

Hoe weet die hartslag/ademmeter nou wat je omslagpunt is? Daar ben ik nog niet achter. Als je je inspant, moet er zuurstof naar je spieren. Je hart gaat sneller kloppen en je ademhaling wordt dieper. Uiteraard zit er een grens aan de diepte waarmee je kunt inhaleren. Als je dat punt bereikt, en je spieren blijven om zuurstof vragen, dan lost je lijf dit op door sneller te ademen. Ook daar zit een bovengrens aan. Op een bepaald punt kun je niet nóg sneller ademen met dezelfde intensiteit. Als de inspanning dan aanhoudt, ga je nog sneller ademen, maar minder diep. Als dat gebeurt, bereik je je omslagpunt. De elastieken van de hartslagmeter ‘zien’ door de bewegingen van je ribben je adempatroon en destilleren daar op een manier die ik nog steeds niet begrijp, je omslagpunt uit, zonder dat je er (gelukkig!) zelf naar toe hoeft. En voorzien jou gedurende de training van je kleurtjes.

Ja, en daar sta je dan met juf Sylvia en je tot een doperwt gereduceerde oncobrein, voor de eerste keer in de sportzaal. Met kleurtjes en zones en omslagpunten. Ik snapte er niks van. Maar gelukkig is Sylvia een kei. En ik heb nog veel meer geleerd. En het kwam allemaal goed.

P.S. Jullie begrijpen dat dit hele verhaal in het echt een enorme wetenschap is. Wat ik heb geschreven, is wat ik er tot nu toe van begrepen denk te hebben. Het kan echt wel zijn dat ik dingen heb opgeschreven die niet helemaal kloppen.

P.S.2 Hoe is het met de longontsteking? Ik weet het niet. Het hoesten lijkt iets minder geworden. We wachten af.

2 gedachtes over “Sylvia

  1. Hoi Jolien, Wat schrijf je weer mooi. Grappig relativerend realistisch. Ik lees je berichten steeds in 1 adem uit. Ik wens je inderdaad bacterien toe.Warme groet,  joek

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s