Aan tafel met dokter D.

De radiotherapie is afgelopen. Dinsdag was de laatste bestraling. Er zijn de afgelopen twee weken dagen geweest dat ik me iets beter voelde. Ik denk dat het van het sporten komt. Maar in het algemeen ben ik nog niet boven Jan. Vorige week vrijdag gebeurde het zomaar dat ik dacht: Hé, het is al twee uur en ik lig nog helemaal niet in bed! Ik voelde me dusdanig fris dat ik besloot om op te blijven. Er was een avondprogramma van zes tot acht. Erik deed mee aan het schaaktoernooi en na enig twijfelen had ik me aangemeld als chauffeur. Het lukte prima om gesprekken te voeren, en hoewel ik om acht uur wel erg moe begon te worden en pas om half tien in bed lag, werd ik de volgende morgen in goeden doen wakker. Rondje met het hondje, beetje opruimen, allemaal prima. Die middag maar wel even naar bed, toen Leon had gezegd dat ik wel erg donkere wallen onder mijn ogen had. Nou ja, om precies te zijn zei hij: ‘Wat zie jij eruit!’ Knap je lekker van op, van zo’n tekst van je man. Eerlijk, dat wel.

Om kwart voor vijf kwam hij vragen of ik niet even op moest staan. Ik ben een uur op geweest om wat te eten en heb vervolgens doorgeslapen tot zes uur in de ochtend. Vijftien uur slapen, ik vind het nogal veel. Maar ik had die slaapsessie helemaal niet voelen aankomen. De sportfysio raadde me aan hiermee maar een beetje voorzichtig te doen (niet mijn kernkwaliteit zoals we inmiddels weten). Voorlopig het vaste ritme met middagrust maar even aanhouden, ook als je je energie voelt toenemen. Het is lastig om goed af te stemmen op mijn veranderde en steeds maar veranderende lichaam. Ik ken mezelf niet meer.

Ik hoop dat het eind van de bestraling een periode van verder herstel inluidt. We mogen verwachten dat de vermoeidheid met een aantal weken gaat verminderen. Ik heb me het merendeel van de maand januari als een natte krant gevoeld en dat heb ik wel weer een beetje gezien eerlijk gezegd. Het is voor natte kranten niet makkelijk om het gezellig te houden. Ik kon persoonlijk contact maar moeilijk opbrengen en dacht op een gegeven moment serieus dat ik nooit van mijn leven nog met iemand een gesprek van langer dan drie zinnen zou willen voeren. Nu er ook een paar betere dagen zijn geweest, merk ik dat dat gelukkig wel meevalt zodra ik wat meer energie heb. Innerlijke kalmte en stilte zijn prachtig, maar ik wil geen onaangepaste kluizenaar worden, liever.

Verder heeft de radioloog eindelijk opgebiecht dat het ook zijn schuld zou kunnen zijn dat ik steeds misselijk ben. De eerste vier weken wees hij vooral naar de internist met haar akelige pillen. Maar de één na laatste keer dat ik bij hem was, heeft hij uitgelegd dat bij een bestraling van de borstkas, zoals die bij mij gebeurt, het meenemen van het bovenste stukje van de lever onvermijdelijk is, en dat dat ook misselijkheid teweeg kan brengen. Dat is goed nieuws! Dat betekent dat de misselijkheid straks misschien gaat verdwijnen en ik niet vijf jaar met een soort minikater hoef te leven. Ik kreeg overigens een medicijn tegen de misselijkheid aangeboden, maar ik heb gezegd dat ik het laatste stukje wel uitzing. Het is te doen, en hopelijk dus eindig en ik wil niet nog een medicijn erbij zolang ik niet echt wanhopig ben. Als de misselijkheid door de bestraling wordt veroorzaakt, dan zou die met een dag of tien verdwenen moeten zijn. Fingers crossed, ik ben optimistisch over mijn kansen.

Voordeel van het nadeel: het ontbreken van eetlust heeft een gunstig effect op mijn gewicht. Omdat de radioloog zo benadrukte dat ik er bedacht moest zijn dat de ‘pondjes er door de hormoontherapie razendsnel aan kunnen vliegen’, ben ik daar erg alert op. Van blij en dik heb ik nooit echt een probleem gemaakt, en mijn gewicht monitor ik altijd zo’n beetje op het oog. Maar nog zwaarder worden vind ik niet zo’n leuk idee. Daarom heb ik zelfs voor het eerst in jaren weer een weegschaal in huis gehaald, waar ik elke ochtend op ga staan. Ik wil er eigenlijk echt geen halve kilo meer bij en direct kunnen ingrijpen als ik aankom. Niet wachten tot het stadium waarin de kilo’s zichtbaar worden.

Het goede nieuws is, dat ik afgevallen ben. Zo’n kilo of drie. Ik word daar erg blij van, vooral omdat die drie kilo voornamelijk onder mijn kin hing. Het afvallen heeft ook te maken met het weglaten van de meeste geraffineerde suikers uit mijn dieet. Daarnaast eet ik wat langzamer en las ik een pauze voordat ik gedachteloos mijn tweede of zelfs derde bord avondeten opschep, en nog wat van die goede gewoontes. Die veranderingen in hóe ik eet, waren tussen neus en lippen door de tips van dokter D., de radioloog. Goeie tips, die wonderlijk genoeg in één keer tot mijn tegenwoordig doorgaans moeilijk toegankelijke brein zijn doordrongen. Want dokter D. zit sindsdien vaak bij ons aan tafel. Als ik géén tweede schep jus neem, of als ik een beschaafde hoeveelheid avondeten op mijn bord schep in plaats van het te overladen en ik zeg: ‘Dat doe ik niet, want dat mag niet van dokter D.’

‘Je weet dat het niet de bedoeling is dat je afvalt tijdens de behandeling hè,’ vraagt diezelfde dokter D. als ik zeg dat ik de medicijnen tegen de misselijkheid niet hoef. Het is ook niet gauw goed bij dokter D. hoor, nou dat weer. Ik leg hem uit dat ik gezond en voldoende eet, en dat ik al tien kilo in de plus zit door de antidepressiva. ‘Vooruit dan maar,’ zegt hij. ‘We laten het even zo.’ Fijn. Want ik laat me natuurlijk liever geen voordelen van mijn nadeel afnemen. Want ik hou van voordelen. Die moet je vieren en bij voorkeur uitbouwen. Dat vind ik.

2 gedachtes over “Aan tafel met dokter D.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s