Klaar voor onder water

Ik ben er klaar voor. Het is half twee ’s middags en ik zit in het ziekenhuisrestaurant te wachten tot de radioactieve vloeistof die net is ingespoten, door mijn borst naar mijn lymfen is getransporteerd. Het laatste klusje voor deze borst. Over een uurtje of drie kunnen ze dan de poortwachterklier opsporen. Eerst maken ze twee foto’s, vervolgens halen ze een soort leidingenzoeker langs mijn oksel en waar het het hardste piept, zetten ze een kruisje. Dan weet de chirurg morgen waar ze moet beginnen met zoeken.

Het is een gek idee hoor, dat ze straks niet meer bij mij is, die borst. Ik herinner me nog dat ik het ook best jammer vond om afscheid te moeten nemen van mijn achterste kies, toen die niet meer te redden bleek. Kijk, zo’n ding is toch (bijna) je hele leven onderdeel geweest van het geheel. En dan wordt het van je losgetrokken. En dan heeft zo’n kies een veel minder prominente rol dan zo’n borst. Tenminste, dat is bij mij zo. Misschien zijn er ook vrouwen die enorm  aan hun achterste kies gehecht zijn en die die borst er maar een beetje bij hebben wapperen. Nee, onzin natuurlijk. In het algemeen zal het verlies van een borst meer opvallen dan het kwijtraken van een kies. En dat vond ik dus al licht emotioneel, dus je kunt wel nagaan hoe ik dit beleef.

Ik neem afscheid. Dank je wel voor meer dan dertig jaar trouwe dienst. Dank je wel voor het laten groeien en gezond houden van mijn kindjes. En behalve de dingen waar ik nu aan denk, zijn er natuurlijk ook nog allerlei dingen waar ik me niet bewust van ben omdat ze zo vanzelfsprekend zijn. Dus ik zal straks nog wel een paar keer denken: Hé. Een leegte. Ik deed of voelde altijd dit of dat, en nu kan dat niet meer. Nu is ze er nog. Straks is ze weg. En ze komt nooit meer terug ook hè. Het is een raar idee. Ik zal haar missen, ik hou van haar, ik ben aan haar gehecht. Letterlijk.

Af en toe bespringt me het: Nee, blijf bij me! Maar ik moet haar laten gaan, want anders gaan we straks samen ten onder. En dat kan ik nu eenmaal niet laten gebeuren. Ik ben nog helemaal niet klaar hier. Het is zij of wij allebei. Zo is het nu eenmaal.

De tijd tikt onverbiddelijk door en langzaam aan hebben we alles  voor de aanvang van de behandeling in stelling gebracht. We hebben nog wat ingrepen gedaan aan het huis, dat sinds we er wonen nog niet zo op orde is geweest. Ik heb zo veel mogelijk rust genomen. Ik heb mijn koffie-inname (in elk geval voor de time being) teruggebracht naar drie kopjes per dag. Geen zin in onthoudingshoofdpijn na de operatie namelijk. De plantjes hebben water gehad, de kinderen zitten goed in de kleren en de hulptroepen zijn ingeroosterd. De wasmand is leeg, de rekeningen betaald, de medicijnkast is goed gevuld met paracetamol, ibuprofen en de opgegeven verbandmiddelen. De bedden zijn verschoond. Ik kan morgen met een gerust hart onder zeil. Op leven en dood. Maar ik drijf rustig weg in de narcose, want de kattenbak is schoon. En dat is, gek genoeg, een geruststellende gedachte. Ik blijf me verwonderen over over hoe mijn hoofd werkt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s